menu

love new life

040verloskunde

logo 040verloskunde

In 't kort

  • verloop van de ontsluiting
  • opvangen van de weeën
  • wat kun je verder doen

Ontsluiting

Het begin


Het eerste stuk van een bevalling verloopt vaak langzaam en soms redelijk onopgemerkt. In dit eerste stuk wordt je baarmoedermond steeds zachter en dunner: dit wordt ook wel de transformatiefase genoemd. Het kan zijn dat je in deze fase bijvoorbeeld een paar nachten krampen in je buik voelt die niet regelmatig komen. De overgang van het voorwerk naar de echte ontsluiting (waarbij de baarmoedermond zich opent tot hij helemaal verdwenen is en je volledige ontsluiting hebt) verloopt geleidelijk en is niet goed af te bakenen. Zo kan het gebeuren dat je soms al een paar centimeter ontsluiting hebt terwijl je qua weëen nog in de voorbereidingsfase zit. Omdat de overgang langzaam verloopt, gaan de eerste 3-4 centimeter meestal nog niet snel. Logisch als je bedenkt dat je weëen pas net regelmatig om de 4 minuten komen en langer dan een minuut duren.


Het verloop van de ontsluitingsfase


Vanaf zo'n 3 à 4 cm ontsluiting kan de ontsluitingsfase in een versnelling komen. Weeën volgen elkaar sneller op en houden langer aan. De bevalling zet nu echt door. Gemiddeld gesproken zou de ontsluiting nu ongeveer 1 cm per uur vorderen. Bij vrouwen die eerder zijn bevallen, kan dit stuk van de bevalling sneller gaan. Toch weet je niet van te voren hoe het bij jou zal verlopen. Vaak zijn de laatste centimeters ontsluiting heel heftig en venijnig. Dan kan het je even te veel worden. Het einde is dan wel nabij. Wanneer je volledige ontsluiting hebt, treedt een fase in waarin je heel actief met weeën kunt meewerken. Dit vinden vrouwen vaak fijner dan het gevoel de weëen alleen maar te moeten ondergaan en zelf niets te kunnen doen. Hieronder worden een aantal tips gegeven om om te gaan met de pijn die met ontsluitingsweëen gepaard gaat.


Het opvangen van de weeën


Belangrijk om met de pijn van ontsluitingsweeën om te kunnen gaan, is toch rustig te blijven, vertrouwen te hebben en zo ontspannen mogelijk te zijn. Stress en angst zorgen ervoor dat het lichaam adrenaline aanmaakt, wat een verslappend effect heeft op de baarmoeder en dus een remmend effect op de bevalling. Bij dreigend reëel gevaar kan dit heel effectief zijn, de bevalling kan dan immers op een later veiliger tijdstip vervolgd worden. Indien er geen reëel gevaar is kunnen angst en stress de bevalling onnodig verlengen en compliceren (Mander, 1998). Dit betekent overigens niet dat je helemaal niet angstig mag zijn tijdens een bevalling, maar wel dat het belangrijk is dat je dit uiteindelijk weer los kunt laten. Tussen de weeën door heb je ook nog alle kansen je te ontspannen. Benut die tijd!

Weten wat je zo'n beetje kunt verwachten en wat je kunt doen om met pijn om te gaan kan je in ieder geval helpen wat basisvertrouwen te krijgen. Probeer positief te blijven tijdens de bevalling. Zie je het even niet meer zitten tijdens een bevalling, dan is dat natuurlijk prima, maar geef je er niet te lang aan over. Een positieve instelling doet wonderen. Een bevalling is immers een gigantische krachtproef. Zie de bevalling als een uitdaging. Het blijft heel bijzonder een bevalling mee te maken, ondanks de pijn.

Een ontspannen houding heeft ook een gunstig effect op de aanmaak van endorfinen in het lichaam. Endorfinen zijn natuurlijke pijnstillers die het je makkelijker maken contracties te verdragen. Endorfinen worden door het lichaam aangemaakt als reactie op pijn. Ze zorgen ervoor dat je uiteindelijk in een soort roes komt, waardoor je juist de laatste venijnige centimeters beter kunt verdragen.

Ontspannings- en ademhalingsoefeningen kunnen je helpen rustig te blijven en goed met weeën om te gaan. Zolang je het vol kunt houden is het effectief de buikademhaling toe te passen. Het maakt je rustig, het voorkomt dat je in de stress schiet en geeft alle kansen aan het lichaam natuurlijke endorfinen aan te maken. Vaak als weeën heel heftig worden, lukt het echt niet meer je volledig te ontspannen en de buikademhaling te blijven toepassen. Je kunt er dan voor kiezen ademhalingsoefeningen te doen die erop gericht zijn weeën weg te puffen. De aandacht wordt dan afgeleid van de pijn. Je ademt in met een diepe teug (door de neus werkt goed) en ademt uit in kleine korte pufjes, waarbij je de lucht door je mond naar buiten blaast. Kijk wel uit dat je niet gaat hyperventileren. Dat kan gebeuren als je te veel koolzuur uitademt. Je kunt dan het beste in een zakje ademhalen en de uitgeademde lucht in het zakje weer inademen, zodat je weer koolzuur terug inademt. Hyperventilatie kan je voorkomen door met geluid uit te ademen (Smulders & Croon, 1996), maar zeker ook door niet te vergeten goed in te ademen.

Je kunt dit 'wegpuffen van weeën' ook begeleiden met een riedeltje, wat je voor jezelf herhaalt in het ritme van je pufjes. Bijvoorbeeld: 'Deze wee zet zoden aan de dijk' of 'deze wee komt nooit meer terug' (Salomé en de Wit, 1992). Dit leidt de aandacht wat af van de pijn. Wat ook de aandacht kan afleiden, is door in iets te knijpen, bijvoorbeeld een tennisbal, een kussen, of de hand van je partner.

Het is sowieso goed te beseffen dat pijnlijke en heftige weeën meer 'zoden aan de dijk zetten' dan 'slappe weeën'. Het grootste deel van de pijn die je voelt tijdens ontsluitingsweeën heeft te maken met het oprekken en openen van de baarmoedermond. Elke heftige pijnlijke wee die je hebt doorstaan, laat je achter je en deze heeft de poort weer een stukje verder geopend.

Soms kun je weinig anders dan in je pijn te gaan zitten. Verzet je dan niet tegen de pijn. Je mag je best laten gaan tijdens een pijngolf door mee te kreunen of loeien (Salomé en de Wit, 1992). Volgens Smulders en Croon (1996) kan het juist heel effectief zijn geluid te maken: "De kunst van het baren is het loslaten van controle, ontremmen. (…) Geluid maken is een goede manier om uiting te geven aan je pijn. Je joelt of schreeuwt de pijn van je af, je overstemt jezelf en dat lucht op." Mocht je het vervelend of gênant vinden geluid te maken, dan kun je dat altijd nog in een kussen, onder de dekens, of onder de douche doen (Smulders & Croon 1996). Let alleen op dat je je niet zover door de weeën laat meenemen dat je in een paniektoestand raakt. Blijf je bewust van het feit dat je de pijn kan beïnvloeden en laat je niet overnemen door de angst.

Een aantal technieken is erop gericht de kanalen die normaal gesproken pijnprikkels doorgeven aan de hersenen, te bezetten door niet pijnlijke prikkels. Massage van de onderrug bijvoorbeeld kan dit effect hebben. Vraag je partner of iemand anders die bij de bevalling aanwezig is je onderrug te masseren. Warmte kan ook heel goed werken. Zet een warme douchekop op je rug als je last van rugweeën hebt. Vertoeven in warm water kan sowieso de pijn verlichten. Neem een warme douche, of ga lekker in bad zitten! Ook een TENS-apparaat werkt volgens dit principe. Via pleisters op je rug worden (niet-schadelijke)stroomstootjes naar je zenuwen gestuurd die hierdoor de 'top' van een wee kunnen verzachten. (In de praktijk hebben we folders over de huur van deze apparaatjes).

Opvangen van weeën kun je in diverse houdingen doen. Sommige vrouwen kiezen ervoor de hele ontsluitingsfase in bed te ondergaan. Maar het kan juist heel prettig zijn een beetje rond te lopen en weeën staand, zittend, of voorover leunend op te vangen. Uit een aantal onderzoeken blijkt dat de actieve ontsluitingsfase korter kan duren als je beweeglijk blijft (Mander, 1998). Probeer zo lang mogelijk mobiel te blijven. Maar doe vooral wat goed voelt, luister naar je lichaam. Wil je lekker in je bed liggen, doe dat dan. Wil je hangen in je stoel, of rondlopen, of op je armen en knieën zitten, doe dat dan.

Een prettige omgeving om weeën op te vangen is ook erg belangrijk. Zet het naar je hand. Zet een lekker muziekje aan. Zorg dat het voldoende warm in huis is. Een partner of iemand anders die je vertrouwt, kan tijdens je bevalling een grote steun zijn. Misschien kan iemand je rug masseren tijdens een wee, of kun je lekker in iemands hand knijpen tijdens een wee. Of misschien wil je gewoon op jezelf zijn. Ga een tijdje op de WC zitten, of waar je je ook maar prettig voelt. Maak het tussen de weeën door comfortabel.

Het belangrijkste bij het opvangen van weeën is toch dat je vertrouwen hebt en dat je doet wat voor jou het prettigst voelt. Hoe een bevalling uiteindelijk echt verloopt, kun je van te voren niet weten, maar wat invloed erop uitoefenen kan wel.


Wat kun je verder doen?


Uiteraard bespreken we alles uitgebreid met je op de praktijk en tijdens de bevalling. We ondersteunen en begeleiden je tijdens de hele bevalling. Onze begeleiding wordt zoveel mogelijk afgestemd op jouw/jullie wensen en verwachtingen. We vinden het dus erg belangrijk dat je met ons bespreekt wat je graag zou willen of fijn vindt. Kennis kan je helpen vertrouwen te krijgen. Verder kan het heel leuk en zinnig zijn een zwangerschapscursus te gaan doen. Je komt dan andere zwangeren tegen en kunt ervaringen uitwisselen. Bovendien kun je daar diverse technieken oefenen en aanleren op het gebied van ontspanning, ademhaling en dergelijke.

 

Verloskundige

040verloskunde

telefoon: 040 241 98 41 - spreekuurtijden
online: contactformulier
24/7 team roze: 06 107 209 08
24/7 team blauw: 06 301 551 21

Spreekuurlocaties


Eindhoven Noord - Pisanostraat 4

Eindhoven Zuid - Biesven 1

Aalst - Raadhuisstraat 6b

Waalre - Bergstraat 26

Catharinaziekenhuis - route 106 - Michelangelolaan 2

disclaimer | ©2004-2017 040verloskunde