menu

love new life

040verloskunde

logo 040verloskunde

In 't kort

  • anatomie en werking
  • hormonen
  • vraag en aanbod
  • de eerste dagen na de bevalling
  • regeldagen
  • aanleggen

Borstvoeding

Anatomie en werking van borsten


Borsten bestaan uit melkliertjes, vetweefsel en bindweefsel. De hoeveelheid vet- en bindweefsel in een borst bepalen de vorm en grootte. Het uiterlijk van een borst wordt dus niet beïnvloed door de melkkliertjes en heeft dus geen invloed op de hoeveelheid en kwaliteit van de borstvoeding. De melkkliertjes komen uiteindelijk allemaal uit in de tepel waar ze hun uitgangen hebben. Om de tepel heen zit een donkere ring: de tepelhof. Op de tepelhof kun je kliertjes vinden (soms duidelijk te zien als bultjes) die vet afscheiden waardoor je tepel tegen de buitenomgeving beschermd wordt. Om de melkkliertjes en hun afvoerbuizen zitten kleine spieren die de melk naar de tepel kunnen stuwen. Elk melkkliertje kan uitzetten en zo een bepaalde hoeveelheid melk bevatten.

In de zwangerschap komen er meer melkklieren en worden de bestaande klieren groter. Daarom worden ook de borsten zelf groter. De tepel wordt groter en komt meer rechtop te staan. De tepel en tepelhof worden donkerder van kleur. Al in de zwangerschap wordt er gelige, waterige melk gemaakt, die soms al uit de borst lekt. Deze melk heet colostrum en is de melk die de baby de eerste dagen binnenkrijgt.

Hormonen


Bij de borstvoeding zijn twee hormonen van belang. Allereerst het hormoon prolactine. Dit hormoon wordt in grotere hoeveelheden aangemaakt na de bevalling als het zwangerschapshormoon oestrogeen afneemt. Prolactine zorgt ervoor dat de melkproductie op gang komt. Hoe meer prolactine hoe meer melk er gemaakt wordt.

Het tweede belangrijke hormoon is oxytocine. Dit hormoon komt ook bij mannen voor, maar wordt bij de vrouw aangemaakt als de zenuwen in de borst gestimuleerd worden, zoals bij het zuigen aan de borst. Oxytocine zorgt ervoor dat de spieren rond de melkkliertjes samenknijpen en zo de melk naar de melkreservoirs stuwen. Deze beweging heet de toeschietreflex en zorgt er voor dat de melk net onder de tepel klaarligt voor de baby om uit de borst te zuigen.

De productie van oxytocine is psychisch beïnvloedbaar. Als de moeder moe, bang of bijvoorbeeld gestresst is dan wordt er minder oxytocine aangemaakt. Hierdoor kan de toeschietreflex tegengehouden worden waardoor de melk achter in de borst blijft zitten. Oxytocine is trouwens ook het hormoon dat tijdens de bevalling aangemaakt wordt en ervoor zorgt dat ook de spieren van de baarmoeder samentrekken (weeën). Na een bevalling zorgt het niet alleen voor samentrekken van de spiertjes in de borst, maar ook nog steeds voor samentrekken van de baarmoeder. Dit kan gevoeld worden als "naweeën". Deze samentrekkingen zorgen ervoor dat de vrouw minder bloed verliest en dat de baarmoeder sneller zijn oorspronkelijke grootte en plaats weer inneemt. (Oxytocine is ook het hormoon wat je aanmaakt als je verliefd bent; je voelt je verbonden met de ander; het zorgt ervoor dat je je ontspannen voelt, soms zelfs een beetje slaperig en het maakt dat je minder stresshormonen aanmaakt waardoor je beter in je vel zit.)

Vraag en aanbod


Ook prolactine wordt geproduceerd als de zenuwen in de borst gestimuleerd worden. Hoe meer stimulatie hoe meer prolactine. Stimuleren van deze zenuwen gebeurt door het zuigen aan de borst maar ook door kolven met de hand of met een kolf. De grootste afgifte van prolactine vindt plaats, ongeveer een half uur na het begin van een voeding. Als die borst binnen drie uur weer gestimuleerd wordt, dan zal er alleen maar meer prolactine en dus meer melk geproduceerd worden. Is de borst na vier uur echter nog niet gestimuleerd dan zal een remmende stof (PIF) de aanmaak en afgifte van het prolactine tegengaan en zal de melkproductie verminderd worden. Deze twee stoffen zorgen samen uiteindelijk voor een evenwicht in de melkproductie.

Als er (nog) niet genoeg melk voor de baby is, zal deze vaak willen drinken (honger) en wordt door het veel stimuleren de prolactine- en melkaanmaak opgevoerd. Als er veel melk is, zal de baby zich pas na een uur of vier weer melden voor een voeding en zal PIF zorgen dat de melkproductie wat minder wordt.
Het bereiken van zo'n evenwicht kan echter wel 2 of 3 dagen duren.

De eerste dagen na de bevalling


Meteen na de geboorte is de baby meestal erg alert en wakker. In dit uur zijn de reflexen van de baby sterk en zal de baby ook fanatiek op zoek gaan naar eten (zuigreflex). Dit uit zich in het driftig bewegen van het hoofd tot zijn mond iets tegenkomt waar het op kan gaan zuigen. Vaak zijn dit (toevallig) de eigen knuistjes of de pink van mama, papa of de verloskundige. Als de baby tijdens dat zoeken echter in de buurt van de borst wordt gelegd zal hij (soms met wat hulp) zo ook de tepel en tepelhof van de moeder kunnen vinden en hierop automatisch gaan zuigen. Hoe je de baby hierbij kan helpen, kun je verderop in de tekst lezen.

Dit snelle aanleggen zorgt ervoor dat de prolactine- en ook de oxytocine-aanmaak meteen gestimuleerd worden. Terwijl de baby de eerste beetjes colostrum al uit de borst zuigt, wordt er nieuwe melk geproduceerd en stuwt de oxytocine de rest van het colostrum alweer naar de reservoirs. De baby past zich op dit proces automatisch aan door eerst een paar minuten snelle, korte zuigbewegingen te maken en daarna pas lange diepe halen te maken bij het zuigen. Door de snelle bewegingen stimuleert de baby de aanmaak van oxytocine wat zorgt voor de toeschietreflex. De melk schiet naar voren waar het de reservoirs vult. De baby voelt dat er melk klaar ligt voor hem en zuigt deze er met langzame diepe teugen uit. De langzame halen zorgen voor meer prolactineproductie waardoor uiteindelijk meer melk wordt gemaakt. Tijdens het drinken zal de baby even drinken, maar ook steeds even pauze nemen. Dit hoort bij een normaal drinkpatroon en zorgt ervoor dat de lege melkreservoirs onder de tepel steeds weer vol kunnen lopen met een nieuwe hoeveelheid melk. Instinctief weet de baby dat dit patroon het meest energie-zuinig is.

De baby heeft meteen na de geboorte goed en lang aan de borsten gedronken. We weten nu dat de techniek dus bekend is bij de baby en dat de aanmaak van melk al meteen opgevoerd wordt. Belangrijk is nu om seintjes te blijven geven dat de productie omhoog mag. Sommige baby's melden zelf regelmatig (soms elk uur) dat ze honger hebben en "zoeken" dan naar eten. Als ze dit niet doen, dan is het wel verstandig om overdag de baby elke twee of drie uur wakker te maken en te proberen aan de borst te laten drinken. Des te meer prolactine wordt er aangemaakt en daarmee ook melk. In deze dagen zijn de kleine beetjes van het colostrum ruim voldoende voor de baby om zijn vocht en energie op peil te houden, als hij deze frequent genoeg binnen krijgt.

Na een aantal dagen (bij een eerste kindje meestal na een dag of vier, bij volgende kindjes kan dit eerder) begint dit systeem zijn vruchten af te werpen. De moeder merkt dat de melkproductie goed op gang is, doordat haar borsten groter worden en gespannen aanvoelen. Dit heet stuwing en is dus een goed teken. Sommige vrouwen hebben hier twee dagen last van, maar andere vrouwen merken niet veel omdat de baby de productie bij kan houden met het leegdrinken van de borst. Uitleg en tips kom je ook verderop tegen. Na de stuwing komt er vaak langzaamaan een (rustiger) schema in de borstvoeding. Je gaat gewoon door met voeden op verzoek maar als je kindje zich niet meldt, mag je hem best vier uur laten liggen voor een voeding. Kwam je daarvoor soms aan 10 of 12 voedingen per 24 uur, nu gaat je kind over op een schema van ongeveer 7 voedingen.

Regeldagen


Het schema van vraag en aanbod zal nog een paar keer voor een nieuw evenwicht gaan zorgen. Ongeveer twee weken na de bevalling, maar ook na zes weken, drie en zes maanden kun je regeldagen ondervinden. Dit zijn dagen waarop je merkt dat de melkproductie niet genoeg is voor de vraag van de baby. De baby zal vaak en lang willen eten en onrustig zijn. Vooral in deze tijden is het voeden op verzoek zo belangrijk. Ook als je baby na een uur al weer wil eten is het belangrijk hem/haar aan te leggen. De productie gaat continu door, dus na een uur zal er al weer wat melk klaarliggen. Wat echter nog belangrijker is van dit vele aanleggen is dat er heel veel seintjes doorgegeven worden, zodat de prolactine- en melkproductie sterk verhoogd gaat worden. Deze dagen kosten veel energie van je, vooral omdat rust/eten/drinken voorwaarden zijn voor je melkproductie, maar het evenwicht in aanmaak en behoefte van melk zal na twee dagen hersteld zijn. Wat je wel in je achterhoofd moet houden, is dat je de baby wel vaak aan mag/moet leggen, maar dat een borst na een minuut of 20- 25 de grootste hoeveelheid melk kwijt is en dat je de baby dan van de borst af moet halen. Je kunt hem/haar dan beter nog eens aan de andere borst aanleggen.

Aanleggen


Aanleggen begint met wennen aan elkaar. Moeder en kind liggen tegen elkaar aan, herkennen elkaars geur en raken elkaar aan. De baby zal na het geboren worden, in de armen van de moeder tot rust komen en door alle zintuigen te gebruiken een band met zijn moeder opbouwen. Ook hierbij is een goede hygiëne erg belangrijk. Zowel de borsten en tepels van de moeder als de baby zelf zijn gevoelig voor bacteriën of schimmels. Was dus voor elke borstvoeding goed je handen, zeker na het eerst verschonen van je kindje. (Neem voor onderweg desinfecterende handgel mee.)Was je borsten alleen met water en gebruik ook geen crème met geurstoffen; voor je kindje is je eigen geur erg belangrijk.

Allereerst moet de moeder in een goede houding gaan liggen. Zeker als je voor het eerst borstvoeding geeft is overzicht belangrijk. Bovendien drinkt een kind vaak 20 tot 30 minuten en krijg je last van je spieren als je al die tijd in een ongemakkelijke houding ligt. Na de bevalling is de zijligging meestal de meest comfortabele en ontspannende houding. Zorg ervoor dat je helemaal doordraait op je zij, gebruik eventueel een kussen in je rug en zeker een kussentje tussen je knieën. Je hoofd wordt ondersteund door een of meerdere kussens maar je schouder en armen zijn "vrij".

Nu leg je de baby in de goede houding tegen je aan. Deze houding voor de baby is dezelfde als die van jezelf. De baby moet altijd met zijn buik tegen jouw buik aan liggen zodat hij/zij het hoofd niet hoeft te draaien om bij de tepel te komen. Rug en hoofd van je kindje vormen een rechte lijn en de baby ligt dus ook op de zij als jij op je zij ligt. Je arm die onder ligt, leg je om de baby heen. Deze arm heeft het hoofd van het kind in de elleboogplooi en steunt de rug van de baby tot aan de billen.

De baby ligt met zijn mond precies op hoogte van de tepel. Met de andere hand wordt aan de basis van de borst, de borst vastgepakt. De duim rust bovenop de borst, de vingers steunen de borst van de onderkant. Let op dat je niet te dicht bij de tepel vastpakt, want daar druk je precies op de reservoirs en kun je de toevloed van melk dichtdrukken. De hand die de borst ondersteunt, stuurt hem zodanig dat de tepel over de wang en lippen van de baby strijkt. Bij deze aanraking wordt de zoekreflex geactiveerd en zal de baby de mond naar de aanraking draaien en openen. Belangrijk is dat het kind de mond ver opent, want bij goed zuigen aan de borst heeft het kind niet alleen de tepel, maar ook een groot stuk tepelhof in de mond.

Als je ziet dat je baby een grote hap neemt, trek je rustig je hele kindje in zijn geheel, met de arm achter zijn ruggetje, naar de borst toe. (Het is niet goed om de borst in de mond van de baby te duwen en ook niet fijn om de baby met het achterhoofd naar de borst te forceren; je brengt je kindje in zijn geheel met een rustige beweging dicht tegen de borst aan zodat de baby zelf kan aanhappen.) De baby voelt de tepel tegen zijn gehemelte en zal gaan zuigen. Je ziet dat de baby een heel stuk van de borst in zijn mond heeft, dit trekt steeds een beetje mee naar binnen. Als je baby de borst goed vastheeft, krullen allebei zijn lippen naar buiten; check dit elke keer als je twijfelt. Vooral de onderlip wordt wel eens mee naar binnen gezogen. Bovendien zie je bij het goed aanleggen van een baby de tong aan de onderkant over de borst glijden.

Als je je kind met de buik tegen je eigen buik aan hebt liggen, is het niet nodig zijn/haar neusje vrij te houden. Als je kind wel moeite heeft door de neus te ademen kun je beter proberen het buikje nog meer tegen je aan te trekken zodat het hoofd van de baby in een andere hoek komt te liggen tegenover je borst. Door de borst in te deuken kun je namelijk weer de reservoirtjes dicht duwen.

Een kind dat de borst goed vastpakt, trekt dit vacuüm. Je moet dus geen grote smakgeluiden kunnen horen die erop wijzen dat de baby lucht mee zuigt. Door dit vacuüm hebben borstvoedende kinderen vaak ook minder last van krampjes en hoeven ze niet altijd een boertje te laten na het eten.

Het aanleggen kan de eerste 10 seconden pijnlijk zijn. Als een kindje goed aan de borst ligt, zal dit gevoel wegebben. Bovendien krijg je bij goed aanleggen minder snel tepelkloven. Blijft het pijn doen of denk je dat de baby alleen de tepel in zijn mond heeft of geen goede drinkhouding heeft, haal hem/haar dan van de borst af en leg opnieuw aan. Als je doorgaat met voeden als een kind verkeerd aanligt, heb je snel tepelkloven omdat de tepel dan tegen het harde gehemelte van de baby aanschuurt (bij goed drinken komt de tepel helemaal tot aan het zachte gehemelte). Bovendien moet de baby veel harder zuigen als hij of zij niet goed drinkt en zal deze kracht (op de kwetsbare zijkanten van de tepel) ook voor kloven kunnen zorgen en krijgt hij/zij ook minder melk binnen.

Als je kind van de borst wil halen, moet je eerst het vacuüm in de mond verbreken, anders zal er veel aan je tepel getrokken worden. Dit kan weer voor kloven en of pijn zorgen. Je verbreekt het vacuüm door met een (schone) pink in de mondhoek van de baby naar binnen te gaan tot je voelt dat de baby loslaat.

Meer informatie

  • Lactatiekundige - Een lactatiekundige begeleid je bij problemen bij het geven van borstvoeding. Zij heeft een tweejarige opleiding gevolgd en is medisch onderlegd om te helpen bij voornamelijk problemen rondom borstvoeding. Ze verhuurt en verkoopt ook allerhande ondersteunings-artikelen zoals kolven. Steeds meer verzekeraars vergoeden de hulp van een lactatiekundige.

Unieke samenwerking met Ruth Adriaanse, Lactatiekundige 'Ja Natuurlijk Borstvoedingscentrum'.

Ruth verzorgt in de zwangerschap voor alle zwangeren een mogelijkheid tot een GRATIS Lactatiekundig-privé-consult om de start van je Borstvoeding zo goed mogelijk te laten verlopen. Vraag ernaar bij de verloskundige op het spreekuur!

Ruth Adriaanse, Ja Natuurlijk Borstvoedingscentrum
Ruth@jnbvc.nl
Mobiel: 06-20347784

Fransje Vervoort - de Koning

Remuslaan 26
5631 JP Eindhoven
Telefoon: 040-2435253
Mobiel: 06-22680199

Ingrid van Lierop

Eindhoven
Telefoon: 040-7877881
Mobiel: 06-26848776
Meer informatie:

Er zijn verschillende borstvoedingsorganisaties: Vereniging Borstvoeding Natuurlijk, La Leche League, Stichting Zorg voor Borstvoeding en de Nederlandse Vereniging van Lactatiekundigen. Gezamenlijk hebben zij een website: www.borstvoeding.nl. Kijk ook eens op: www.borstvoeding.com

Voedingscentrum - Informatie over borstvoeding

 

Verloskundige

040verloskunde

telefoon: 040 241 98 41 - spreekuurtijden
online: contactformulier
24/7 team roze: 06 107 209 08
24/7 team blauw: 06 301 551 21

Spreekuurlocaties


Eindhoven Noord - Pisanostraat 4

Eindhoven Zuid - Biesven 1

Aalst - Raadhuisstraat 6b

Waalre - Bergstraat 26

Catharinaziekenhuis - route 106 - Michelangelolaan 2

disclaimer | ©2004-2017 040verloskunde