menu

love new life

040verloskunde

logo 040verloskunde

In 't kort

  • bloedgroep
  • rhesus-D-factor
  • rhesus-c-factor
  • andere antistoffen
  • hemoglobinegehalte
  • hepatitis B
  • lues (syfilis)
  • HIV
  • glucose

Bloedonderzoek

Je bent in verwachting en hoopt op een gezonde zwangerschap en een gezond kindje. Zelf kun je daaraan bijdragen door in je leefgewoonten rekening te houden met je baby. Maar je hebt niet alles in de hand: je baby kan ziek worden door schadelijke stoffen, bacteriën of virussen die zich in je bloed bevinden. Daarom wordt er aan het begin van je zwangerschap een bloedonderzoek uitgevoerd. Als het onderzoek uitwijst dat je baby kans heeft ziek te worden, is het vaak mogelijk om je te behandelen en zo je baby te beschermen.

Prik-locaties
DvU.

Tijdens een van je eerste bezoeken aan de verloskundige wordt besproken waar en wanneer bloed afgenomen zal worden voor een bloedonderzoek. Dit onderzoek gebeurt alleen met jouw toestemming. Je kunt aangeven dat je onderdelen van het onderzoek achterwege wilt laten. De uitslag van het onderzoek krijg je tijdens het volgende consult, tenzij je dit anders hebt afgesproken.

Bij het standaard onderzoek wordt je bloed onderzocht op

  • bloedgroep
  • rhesus-D-factor
  • rhesus-c-factor
  • andere antistoffen
  • hemoglobinegehalte
  • hepatitis B
  • lues (syfilis)
  • HIV
  • glucose

 

Bloedgroep

Het is belangrijk je bloedgroep te weten voor het geval dat je een bloedtransfusie nodig hebt. De bloedgroep kan A, B, AB of 0 zijn.

Rhesus-D-factor

De rhesus-D-factor is een stof die in het bloed aanwezig kan zijn. Als je die stof in je bloed hebt, ben je rhesus-D-positief. Heb je die stof niet, dan ben je rhesus-D-negatief. Dat is niets bijzonders. Het is een kwestie van erfelijkheid, net als de kleur van je ogen en haar. Van alle zwangeren heeft 84% bloedgroep Rhesus (D)-positief en 16% Rhesus (D)-negatief.Je hebt bloedgroep Rhesus (D)-positief:
Je hebt geen verder onderzoek nodig.

 

Je hebt bloedgroep Rhesus (D)-negatief. Wat nu verder?

Een zwangere met bloedgroep Rhesus (D)-negatief heeft wat extra aandacht nodig. Tijdens de zwangerschap is er namelijk een kleine kans dat er bloed van de baby in de bloedbaan van de moeder komt. Bij de geboorte is die kans zelfs vrij groot. Als bloed van een Rhesus (D)-positieve baby in de bloedbaan van een Rhesus (D)-negatieve moeder komt, kan de moeder antistoffen gaan maken. Deze antistoffen kunnen via de navelstreng het bloed van de baby bereiken en afbreken, waardoor deze of een volgende baby bloedarmoede krijgt.
Daarom wordt in week 27 van de zwangerschap je bloed onderzocht op antistoffen tegen Rhesus (D). In hetzelfde bloed bepaalt het laboratorium ook de Rhesus (D)-bloedgroep van je kind. Het laboratorium gebruikt daarvoor erfelijk materiaal (DNA) van het kind dat in kleine hoeveelheden aanwezig is in je bloed.

 

Je kind heeft bloedgroep Rhesus (D)-negatief:
Omdat je kind bloedgroep Rhesus (D)-negatief heeft, zul je geen Rhesus (D)-antistoffen maken tegen het bloed van je kind. Je hoeft verder niet meer gecontroleerd te worden op Rhesus (D)-antistoffen.

Je kind heeft bloedgroep Rhesus (D)-positief:
Je krijgt in week 30 van de zwangerschap een injectie met anti-Rhesus D-antistoffen. De injectie maakt de kans erg klein dat je zelf antistoffen gaat vormen die de baby ziek kunnen maken. De baby merkt niets van de injectie en loopt geen enkel risico. Na de bevalling krijg je nog een keer een injectie met anti-Rhesus D-antistoffen. Het is belangrijk dat je zelf geen antistoffen gaat maken. Deze zouden schadelijk kunnen zijn als je later opnieuw zwanger wordt van een Rhesus D-positief kind.  Ook in een aantal bijzondere verloskundige situaties krijg je (extra) anti-Rhesus-D-antistoffen toegediend.

 

Rhesus-c-factor

Het laboratorium onderzoekt welke Rhesus (c)-bloedgroep je hebt. Je kunt Rhesus (c)-positief of Rhesus (c)-negatief zijn. Welke bloedgroep je hebt, is een kwestie van erfelijkheid, net als de kleur van je ogen en haar. Van alle zwangeren heeft 82% bloedgroep Rhesus (c)-positief en 18% heeft bloedgroep Rhesus (c)-negatief.

Soms maken vrouwen met bloedgroep Rhesus (c)-negatief antistoffen tegen het bloed van hun baby. Deze antistoffen kunnen bloedarmoede bij de baby veroorzaken. Het bloed van zwangeren met bloedgroep Rhesus (c)-negatief wordt daarom in week 27 van de zwangerschap nog een keer onderzocht op deze antistoffen. Als het laboratorium Rhesus (c)-antistoffen vindt, krijg je verder onderzoek.
Zwangeren met de bloedgroep Rhesus (c)-positief hebben geen verder onderzoek nodig.

 

Andere antistoffen

Niet alleen als je rhesus-D-negatief bent bestaat het risico dat je lichaam andere antistoffen maakt. Het is ook mogelijk dat je andere antistoffen hebt gemaakt bij een eerdere zwangerschap of bij een bloedtransfusie. Deze andere antistoffen kunnen de gezondheid van je baby schaden: de kans bestaat dat ze via de navelstreng en de placenta het bloed van de baby bereiken en schade veroorzaken. Als deze andere antistoffen in je bloed zijn gevonden, wordt je bloed verder onderzocht tot duidelijk is welk type antistoffen dit zijn. De verloskundige zal met je bespreken of het nodig is nog ander onderzoek te laten verrichten of je doorverwijzen naar de gynaecoloog.

 

Hemoglobinegehalte

Met onderzoek naar het hemoglobinegehalte (Hb/ ijzergehalte) van rode bloedcellen wordt nagegaan of je bloedarmoede hebt. Dit onderzoek vindt verschillende keren in de zwangerschap plaats: na de eerste controle, rond 27 weken en op indicatie op andere momenten in de zwangerschap. Bloedarmoede is meestal goed te behandelen met ijzertabletten en is niet schadelijk voor je kind.

 

Hepatitis B

Hepatitis B is een ziekte waarbij een infectie van de lever optreedt door het hepatitis B-virus. Tussen de 6 en 26 weken na de besmetting kunnen de eerste ziekteverschijnselen optreden, maar de infectie kan ook geheel onopgemerkt verlopen. Na de infectie blijft een deel van de mensen het hepatitis B-virus bij zich dragen. Deze mensen worden Hepatitis B dragers genoemd; zij kunnen anderen besmetten. Als je het hepatitis B-virus bij je draagt, ondervindt je baby hiervan tijdens de zwangerschap geen schade, maar tijdens de geboorte kan de baby alsnog in aanraking komen met het virus en geïnfecteerd worden. Als je drager bent van het virus, bespreekt de verloskundige met je hoe je de kans op besmetting van je omgeving zo klein mogelijk kunt houden. Ook wordt je doorverwezen naar de GGD en naar de huisarts.

 

Lues (syfilis)

Lues is een seksueel overdraagbare aandoening (soa) die iemand ongemerkt kan oplopen. In het begin van de zwangerschap beschermt de moederkoek (placenta) het kind nog tegen de ziekte. Later kan ook het kind geïnfecteerd worden. De ziekte moet daarom zo vroeg mogelijk in de zwangerschap behandeld worden. Als uit het bloedonderzoek blijkt dat je lues hebt, dan wordt je doorverwezen naar een gynaecoloog en krijg je zo spoedig mogelijk antibiotica (penicilline).

 

HIV

HIV is een virus dat de ziekte AIDS kan veroorzaken, waardoor het afweersysteem wordt aangetast. Een zwangere vrouw die geïnfecteerd is met HIV, kan dit virus overdragen op haar baby. Om dat te voorkomen, is het zinvol om aan het begin van de zwangerschap een HIV test te doen. Dat maakt het mogelijk om zo snel mogelijk een medische behandeling te starten en de overdracht van HIV op de baby te voorkomen. Als de HIV test positief is, dan ben je drager van het virus. In dat geval word je doorverwezen naar een gespecialiseerd HIV-centrum. Kijk op de hieronder genoemde website voor meer informatie.

 

Niet medische consequenties

Over de mogelijke medische gevolgen van positieve testuitslagen bij hepatitis B, lues en HIV heb je hiervoor meer kunnen lezen. Maar een positieve testuitslag kan ook niet-medische consequenties hebben. Wanneer je hepatitis B, lues of HIV hebt, zul je geconfronteerd worden met gevolgen voor je sociale leven. Zo is het van belang te kijken naar het besmettingsgevaar voor je partner en je (in)directe leefomgeving. De verloskundige verwijst je waarschijnlijk naar de GGD of huisarts. Verder zijn er, vooral bij een positieve HIV test, gevolgen voor het afsluiten van verzekeringen en hypotheken. Ook zijn er gevolgen voor aanvullende verzekeringen zoals WAO of ziektekosten voor zelfstandige ondernemers.

Meer informatie?

Met je vragen kun je natuurlijk altijd terecht bij de verloskundige. Ook op de website www.gezondebaby.nl kun je meer informatie vinden over het bloedonderzoek, niet-medische consequenties, werken, HIV/AIDS en verzekeringen. Vraag de verloskundige ook gerust naar de folder Testen op HIV, informatie voor zwangere vrouwen.

Extra onderzoek

Hierboven werden de seksueel overdraagbare aandoeningen lues, hepatitis B en HIV besproken. Maar helaas zijn er ook andere seksueel overdraagbare aandoeningen (SOA). Ben je bang dat jij of je partner door wisselende seksuele contacten een andere seksueel overdraagbare ziekte hebt opgelopen, dan is het belangrijk dit aan de verloskundige te vertellen. Voorbeelden van seksueel overdraagbare ziekten zijn chlamydia en gonorroe (druiper). Soms veroorzaken deze infecties onvruchtbaarheid. Niet altijd geven ze klachten. Het kind kan na de geboorte een oogontsteking of een longontsteking krijgen. Onderzoek is mogelijk door onder andere een kweek van de baarmoedermond af te nemen. De behandeling bestaat uit een antibioticakuur die niet schadelijk is voor het ongeboren kind. Ook je partner wordt doorgaans behandeld.

 

Rodehond (Rubella)

Ook rodehond (rubella) is een infectieziekte, veroorzaakt door een virus. Meestal ben je door het doormaken van de ziekte en/of vaccinatie reeds beschermd voor deze ziekte. In enkele gevallen vindt bloedonderzoek naar rubella-antistoffen plaats. Als je geen antistoffen tegen rodehond hebt kan een infectie tijdens de zwangerschap aangeboren afwijkingen bij het kind veroorzaken. Als er geen antistoffen aanwezig zijn, kan in of na het kraambed vaccinatie plaatsvinden met BMR (bof, mazelen en rodehond).

 

Glucose

Op verschillende momenten in de zwangerschap  zal je bloed onderzocht worden  op het suikergehalte. Mocht dit verhoogd zijn, dan is dat meestal goed te behandelen.

 

Meer informatie

 

Verloskundige

040verloskunde

telefoon: 040 241 98 41 - spreekuurtijden
online: contactformulier
24/7 team roze: 06 107 209 08
24/7 team blauw: 06 301 551 21

Spreekuurlocaties


Eindhoven Noord - Pisanostraat 4

Eindhoven Zuid - Biesven 1

Aalst - Raadhuisstraat 6b

Waalre - Bergstraat 26

Catharinaziekenhuis - route 106 - Michelangelolaan 2

disclaimer | ©2004-2017 040verloskunde